Nieuwjaarsprediking

Het is 250 jaar geleden dat Hilversum zich herstelde van de grote brand van 1766. Ds. Van Yssum, predikant van de toenmalige dorpskerk aan de Kerkbrink, betekende in die periode veel voor ons dorp. Naar hem is een straat genoemd, de Van Yssumlaan. Hieruit blijkt wel dat hij destijds al invulling gaf aan wat we nu ‘kerk in de buurt’ zouden noemen.

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de PgH op 7 januari hebben in navolging van hem enkele van onze huidige predikanten een drieminutenpreek gehouden. De toespraak die Jurjen Zeilstra gehouden heeft kunt u hier nog eens nalezen.

Fantasie Prediking op 3 juli 1768, bij de in gebruik neming van de Kerk van Hilversum, herbouwd na de brand van 1766, en nu, op de drempel van 2019

Schriftlezingen in 1768: Ezra 6: 14-17 en Psalm 84:11

1768
“Gemeente van onze Heer Jezus Christus, de grote brand die ons dorp zo hard heeft getroffen, die vele huizen én onze kerk heeft verwoest, kan niet anders worden begrepen dan een oordeel Gods. Daarop kan maar één antwoord het juiste zijn: een ernstige bezinning en besef van afhankelijkheid van Gods genade. Door middel van rampen waarschuwt immers de almachtige God zijn kinderen en leert Hij hen zijn wegen kennen. Dat is de toelating Gods. Laten wij dan nu vol overtuiging afstand nemen van de hoogmoed van de tijdgeest dezer eeuw. Goddeloze geesten waren immers overal rond, zoals de Franse zogenaamde geleerden Voltaire en Rousseau en hun adepten, die ons willen leren dat de mens zijn heil alleen op eigen kracht zal vinden. Voltaire bestond het bovendien, God betere het, om in de aardbeving die Lissabon in 1755 heeft getroffen op een zondag, terwijl de kerken vol zaten, een aanwijzing te zien, dat God niet bestaat! (Candide 1759) Nog even, en dan zal de Duitse Immanuel Kant (nl. over 16 jaar) de zogenaamde Verlichting nog gaan definiëren als ‘Het uitgaan van de mens van de onmondigheid die hij aan zichzelf te danken heeft’ (Was ist Aufklärung? 1784: ‘Der Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit’).

Maar gemeente, u begrijpt het: Dit alles is je reinste hoogmoed en zelfoverschatting, een revolte van nietige mensjes tegen de Allerhoogste. Nee, dan het oprecht vermanend woord, zoals mijn broeder Wilhelmus Schortinghuis ons dat in zijn stichtelijke boek Het innige christendom uit 1740 laat horen: Ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet. Dat is pas wijsheid. Dat is zelfkennis die leidt tot behoud. Vijf Zalige Nieten zijn het, waarmee Schortinghuis de waarheid onder woorden brengt dat een mens zelf aan zijn behoud niets, maar dan ook niets, bij te dragen heeft. Eerst bij een diep besef van deze waarheid, is redding van Godswege mogelijk, een ernstige bezinning, een nadere reformatie en oprechte bekering van de wegen waarop wij in deze tijd maar al te snel dwalen. Laten wij daarom in deemoed en grote bescheidenheid dit nieuwe Godshuis, dat de Here ons in zijn goedheid heeft willen schenken, in gebruik nemen, terwijl wij nog beter dan tevoren weten hoe afhankelijk wij zijn van de genade Gods ons in Christus en hem alleen nabijgekomen. En mijn dierbare Hilversummers, haal het niet in uw hoofd ooit een straat naar mij te vernoemen, armzalige knecht van de Heer die ik ben.”

2019
Tot hiertoe een gefantaseerde prediking, zoals ik mij ongeveer voorstel dat deze in de 18e eeuw in Hilversum zou hebben kunnen klinken uit de mond van mijn illustere voorganger ds. Van Yssum. Het zal u niet verbazen, dat ik zelf, 250 jaar na dato, vandaag een dergelijke prediking nooit zo zou kunnen en willen brengen. Ik geloof niet dat God zou moeten worden gezien als de veroorzaker van rampen, waarmee hij ons lessen wil leren, als het ware een goddelijke pedagogiek ten koste van mensen. Ik geloof wel dat God gevonden wordt wanneer mensen elkaar nabij blijven en helpen om met rampen om te gaan, in het groot en in het klein.

Dat geldt wat mij betreft ook voor de massale kerkverlating die ook aan Hilversum niet voorbijgaat en de secularisatie die zich afspeelt, ook in ons eigen hart. Daar hebben wij nuchter, zelfbewust en vernieuwend op te reageren, maar ook met respect voor de kostbare traditie van de kerkelijke vormgeving van het christelijk geloof die ons is toevertrouwd en die tot ons komt in de bijbel, de liturgie, sacramenten, kerkelijke ambten en de structuren daaraan verbonden. En wat betreft de Verlichting: Het was zeker niet alles goud wat er blonk, maar ik ben dankbaar voor vruchten van de Verlichting, zoals de opdracht tot zelfstandig kritisch denken, schriftkritiek, mensenrechten en ruimte voor het individu.
De grote problemen waarmee de Islam als godsdienst wereldwijd worstelt, hangen daarmee samen dat deze religie zich, anders dan het christendom, dergelijke inzichten niet breed heeft toegeëigend. (Terwijl wij ons bewust zijn dat ook het christendom zijn flanken kent van blijven staan bij letterlijkheid en biblicisme.)

Het is in ieder geval niet mijn opdracht als predikant het ego van mensen af te breken, voordat zij Gods onmetelijke genade en mensenliefde werkelijk zouden kunnen beleven. Integendeel, we mogen God de eer geven en aan de mensen de ruimte. Laten we ook dit niet vergeten, in de woorden van de statenvertaling, die in 1768 zeker zal zijn gebruikt: ‘Zoo de Heere het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zoo de Heere de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.’ (Psalm 127,1 SV) Dat geldt in ons Hilversum van 2019 net zo goed als in dat van 1768.

Jurjen Zeilstra

Geplaatst in voorpagina